|
|
De belangrijkste overeenkomst tussen een willekeurig jazztrio en het James'Trio is het feit dat het in beide gevallen gaat om drie musici die improvisatorisch spelen. Voor de rest voldoet het James'Trio eigenlijk nauwelijks aan de traditionele kenmerken van een trio. Zo is van een vertrouwde bas/drum- ritmesectie geen sprake. De kenmerkende klank van het James'Trio wordt namelijk gevormd door twee akoestische gitaren (Gerrit de Boer en Digmon Roovers) en een djembé (Sebastiaan Kaptein). Het James'Trio heeft daarmee de 'proven technology' van het klassieke jazztrio gelaten voor wat het is. Het driemanschap dankt daar zijn bestaan en succes misschien zelfs wel aan, zij het min of meer per ongeluk. Want van een bedachte experimentele pioniersdaad is nooit sprake geweest. 'Het trio is simpelweg ontstaan omdat we van meet af aan ondervonden dat we in deze samenstelling gewoon verschrikkelijk goed met elkaar konden spelen. Eén meer had een complicatie betekent, één minder een verzwakking. En bovendien passen we zo beter in 1 auto.'
|
|